Vervoeging van uiteenzetten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uiteenzetten
to expound
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zet uiteen
Verleden tijd (ik)zette uiteen
Voltooid deelwoorduiteengezet
Volledige vervoeging van het werkwoord uiteenzetten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zet uiteen
jij zet uiteen
u zet uiteen
hij/zij/het zet uiteen
wij zetten uiteen
jullie zetten uiteen
zij zetten uiteen

Verleden tijd

ik zette uiteen
jij zette uiteen
u zette uiteen
hij/zij/het zette uiteen
wij zetten uiteen
jullie zetten uiteen
zij zetten uiteen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uiteenzet
(dat) jij uiteenzet
(dat) u uiteenzet
(dat) hij/zij/het uiteenzet
(dat) wij uiteenzetten
(dat) jullie uiteenzetten
(dat) zij uiteenzetten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uiteenzette
(dat) jij uiteenzette
(dat) u uiteenzette
(dat) hij/zij/het uiteenzette
(dat) wij uiteenzetten
(dat) jullie uiteenzetten
(dat) zij uiteenzetten

Gebiedende wijs

Imperatief

zet uiteen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uiteenzetten

Gerundium

uiteenzetten

Onvoltooid deelwoord

uiteenzettend

Voltooid deelwoord

uiteengezet

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.