Vervoeging van uiteenvallen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uiteenvallen
to disintegrate
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)val uiteen
Verleden tijd (ik)viel uiteen
Voltooid deelwoorduiteengevallen
Volledige vervoeging van het werkwoord uiteenvallen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik val uiteen
jij valt uiteen (inversie: val uiteen jij)
u valt uiteen
hij/zij/het valt uiteen
wij vallen uiteen
jullie vallen uiteen
zij vallen uiteen

Verleden tijd

ik viel uiteen
jij viel uiteen
u viel uiteen
hij/zij/het viel uiteen
wij vielen uiteen
jullie vielen uiteen
zij vielen uiteen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uiteenval
(dat) jij uiteenvalt
(dat) u uiteenvalt
(dat) hij/zij/het uiteenvalt
(dat) wij uiteenvallen
(dat) jullie uiteenvallen
(dat) zij uiteenvallen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uiteenviel
(dat) jij uiteenviel
(dat) u uiteenviel
(dat) hij/zij/het uiteenviel
(dat) wij uiteenvielen
(dat) jullie uiteenvielen
(dat) zij uiteenvielen

Gebiedende wijs

Imperatief

val uiteen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uiteenvallen

Gerundium

uiteenvallen

Onvoltooid deelwoord

uiteenvallend

Voltooid deelwoord

uiteengevallen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.