Vervoeging van uiteenlopen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uiteenlopen
to diverge
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)loop uiteen
Verleden tijd (ik)liep uiteen
Voltooid deelwoorduiteengelopen
Volledige vervoeging van het werkwoord uiteenlopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik loop uiteen
jij loopt uiteen (inversie: loop uiteen jij)
u loopt uiteen
hij/zij/het loopt uiteen
wij lopen uiteen
jullie lopen uiteen
zij lopen uiteen

Verleden tijd

ik liep uiteen
jij liep uiteen
u liep uiteen
hij/zij/het liep uiteen
wij liepen uiteen
jullie liepen uiteen
zij liepen uiteen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uiteenloop
(dat) jij uiteenloopt
(dat) u uiteenloopt
(dat) hij/zij/het uiteenloopt
(dat) wij uiteenlopen
(dat) jullie uiteenlopen
(dat) zij uiteenlopen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uiteenliep
(dat) jij uiteenliep
(dat) u uiteenliep
(dat) hij/zij/het uiteenliep
(dat) wij uiteenliepen
(dat) jullie uiteenliepen
(dat) zij uiteenliepen

Gebiedende wijs

Imperatief

loop uiteen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uiteenlopen

Gerundium

uiteenlopen

Onvoltooid deelwoord

uiteenlopend

Voltooid deelwoord

uiteengelopen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.