to express (to convey meaning)
Tegenwoordige tijd (ik)druk uit
Verleden tijd (ik)drukte uit
Voltooid deelwoorduitgedrukt
Volledige vervoeging van het werkwoord uitdrukken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik druk uit
jij drukt uit (inversie: druk uit jij)
u drukt uit
hij/zij/het drukt uit
wij drukken uit
jullie drukken uit
zij drukken uit
Verleden tijd
ik drukte uit
jij drukte uit
u drukte uit
hij/zij/het drukte uit
wij drukten uit
jullie drukten uit
zij drukten uit
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik uitdruk
(dat) jij uitdrukt
(dat) u uitdrukt
(dat) hij/zij/het uitdrukt
(dat) wij uitdrukken
(dat) jullie uitdrukken
(dat) zij uitdrukken
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik uitdrukte
(dat) jij uitdrukte
(dat) u uitdrukte
(dat) hij/zij/het uitdrukte
(dat) wij uitdrukten
(dat) jullie uitdrukten
(dat) zij uitdrukten
Gebiedende wijs
Imperatief
druk uit
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
uitdrukken
Gerundium
uitdrukken
Onvoltooid deelwoord
uitdrukkend
Voltooid deelwoord
uitgedrukt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.