Vervoeging van uitdenken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitdenken
to conceive (a plan)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)denk uit
Verleden tijd (ik)dacht uit
Voltooid deelwoorduitgedacht
Volledige vervoeging van het werkwoord uitdenken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik denk uit
jij denkt uit (inversie: denk uit jij)
u denkt uit
hij/zij/het denkt uit
wij denken uit
jullie denken uit
zij denken uit

Verleden tijd

ik dacht uit
jij dacht uit
u dacht uit
hij/zij/het dacht uit
wij dachten uit
jullie dachten uit
zij dachten uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitdenk
(dat) jij uitdenkt
(dat) u uitdenkt
(dat) hij/zij/het uitdenkt
(dat) wij uitdenken
(dat) jullie uitdenken
(dat) zij uitdenken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitdacht
(dat) jij uitdacht
(dat) u uitdacht
(dat) hij/zij/het uitdacht
(dat) wij uitdachten
(dat) jullie uitdachten
(dat) zij uitdachten

Gebiedende wijs

Imperatief

denk uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitdenken

Gerundium

uitdenken

Onvoltooid deelwoord

uitdenkend

Voltooid deelwoord

uitgedacht

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.