Vervoeging van uitdelgen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitdelgen
to amortize (US), amortise (UK)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)delg uit
Verleden tijd (ik)delgde uit
Voltooid deelwoorduitgedelgd
Volledige vervoeging van het werkwoord uitdelgen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik delg uit
jij delgt uit (inversie: delg uit jij)
u delgt uit
hij/zij/het delgt uit
wij delgen uit
jullie delgen uit
zij delgen uit

Verleden tijd

ik delgde uit
jij delgde uit
u delgde uit
hij/zij/het delgde uit
wij delgden uit
jullie delgden uit
zij delgden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitdelg
(dat) jij uitdelgt
(dat) u uitdelgt
(dat) hij/zij/het uitdelgt
(dat) wij uitdelgen
(dat) jullie uitdelgen
(dat) zij uitdelgen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitdelgde
(dat) jij uitdelgde
(dat) u uitdelgde
(dat) hij/zij/het uitdelgde
(dat) wij uitdelgden
(dat) jullie uitdelgden
(dat) zij uitdelgden

Gebiedende wijs

Imperatief

delg uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitdelgen

Gerundium

uitdelgen

Onvoltooid deelwoord

uitdelgend

Voltooid deelwoord

uitgedelgd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.