to bring out – e.g. the vote
Tegenwoordige tijd (ik)breng uit
Verleden tijd (ik)bracht uit
Voltooid deelwoorduitgebracht
Volledige vervoeging van het werkwoord uitbrengen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik breng uit
jij brengt uit (inversie: breng uit jij)
u brengt uit
hij/zij/het brengt uit
wij brengen uit
jullie brengen uit
zij brengen uit
Verleden tijd
ik bracht uit
jij bracht uit
u bracht uit
hij/zij/het bracht uit
wij brachten uit
jullie brachten uit
zij brachten uit
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik uitbreng
(dat) jij uitbrengt
(dat) u uitbrengt
(dat) hij/zij/het uitbrengt
(dat) wij uitbrengen
(dat) jullie uitbrengen
(dat) zij uitbrengen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik uitbracht
(dat) jij uitbracht
(dat) u uitbracht
(dat) hij/zij/het uitbracht
(dat) wij uitbrachten
(dat) jullie uitbrachten
(dat) zij uitbrachten
Gebiedende wijs
Imperatief
breng uit
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
uitbrengen
Gerundium
uitbrengen
Onvoltooid deelwoord
uitbrengend
Voltooid deelwoord
uitgebracht
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.