Vervoeging van uitbollen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitbollen
to let a vehicle or bike roll, giving it no further power, until it stops
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)bol uit
Verleden tijd (ik)bolde uit
Voltooid deelwoorduitgebold
Volledige vervoeging van het werkwoord uitbollen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bol uit
jij bolt uit (inversie: bol uit jij)
u bolt uit
hij/zij/het bolt uit
wij bollen uit
jullie bollen uit
zij bollen uit

Verleden tijd

ik bolde uit
jij bolde uit
u bolde uit
hij/zij/het bolde uit
wij bolden uit
jullie bolden uit
zij bolden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitbol
(dat) jij uitbolt
(dat) u uitbolt
(dat) hij/zij/het uitbolt
(dat) wij uitbollen
(dat) jullie uitbollen
(dat) zij uitbollen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitbolde
(dat) jij uitbolde
(dat) u uitbolde
(dat) hij/zij/het uitbolde
(dat) wij uitbolden
(dat) jullie uitbolden
(dat) zij uitbolden

Gebiedende wijs

Imperatief

bol uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitbollen

Gerundium

uitbollen

Onvoltooid deelwoord

uitbollend

Voltooid deelwoord

uitgebold

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.