to let a vehicle or bike roll, giving it no further power, until it stops
Tegenwoordige tijd (ik)bol uit
Verleden tijd (ik)bolde uit
Voltooid deelwoorduitgebold
Volledige vervoeging van het werkwoord uitbollen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik bol uit
jij bolt uit (inversie: bol uit jij)
u bolt uit
hij/zij/het bolt uit
wij bollen uit
jullie bollen uit
zij bollen uit
Verleden tijd
ik bolde uit
jij bolde uit
u bolde uit
hij/zij/het bolde uit
wij bolden uit
jullie bolden uit
zij bolden uit
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik uitbol
(dat) jij uitbolt
(dat) u uitbolt
(dat) hij/zij/het uitbolt
(dat) wij uitbollen
(dat) jullie uitbollen
(dat) zij uitbollen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik uitbolde
(dat) jij uitbolde
(dat) u uitbolde
(dat) hij/zij/het uitbolde
(dat) wij uitbolden
(dat) jullie uitbolden
(dat) zij uitbolden
Gebiedende wijs
Imperatief
bol uit
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
uitbollen
Gerundium
uitbollen
Onvoltooid deelwoord
uitbollend
Voltooid deelwoord
uitgebold
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.