Vervoeging van uitblijven

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitblijven
to fail to appear, materialize or occur
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)blijf uit
Verleden tijd (ik)bleef uit
Voltooid deelwoorduitgebleven
Volledige vervoeging van het werkwoord uitblijven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik blijf uit
jij blijft uit (inversie: blijf uit jij)
u blijft uit
hij/zij/het blijft uit
wij blijven uit
jullie blijven uit
zij blijven uit

Verleden tijd

ik bleef uit
jij bleef uit
u bleef uit
hij/zij/het bleef uit
wij bleven uit
jullie bleven uit
zij bleven uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitblijf
(dat) jij uitblijft
(dat) u uitblijft
(dat) hij/zij/het uitblijft
(dat) wij uitblijven
(dat) jullie uitblijven
(dat) zij uitblijven

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitbleef
(dat) jij uitbleef
(dat) u uitbleef
(dat) hij/zij/het uitbleef
(dat) wij uitbleven
(dat) jullie uitbleven
(dat) zij uitbleven

Gebiedende wijs

Imperatief

blijf uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitblijven

Gerundium

uitblijven

Onvoltooid deelwoord

uitblijvend

Voltooid deelwoord

uitgebleven

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.