Vervoeging van uitbaten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitbaten
to exploit, to extract or derive value from, to use for one's benefit
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)baat uit
Verleden tijd (ik)baatte uit
Voltooid deelwoorduitgebaat
Volledige vervoeging van het werkwoord uitbaten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik baat uit
jij baat uit
u baat uit
hij/zij/het baat uit
wij baten uit
jullie baten uit
zij baten uit

Verleden tijd

ik baatte uit
jij baatte uit
u baatte uit
hij/zij/het baatte uit
wij baatten uit
jullie baatten uit
zij baatten uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitbaat
(dat) jij uitbaat
(dat) u uitbaat
(dat) hij/zij/het uitbaat
(dat) wij uitbaten
(dat) jullie uitbaten
(dat) zij uitbaten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitbaatte
(dat) jij uitbaatte
(dat) u uitbaatte
(dat) hij/zij/het uitbaatte
(dat) wij uitbaatten
(dat) jullie uitbaatten
(dat) zij uitbaatten

Gebiedende wijs

Imperatief

baat uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitbaten

Gerundium

uitbaten

Onvoltooid deelwoord

uitbatend

Voltooid deelwoord

uitgebaat

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.