to rig (a sailing ship)
Andere betekenissen: to declare officially, to testify
Tegenwoordige tijd (ik)tuig
Verleden tijd (ik)tuigde
Voltooid deelwoordgetuigd
Volledige vervoeging van het werkwoord tuigen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik tuig
jij tuigt (inversie: tuig jij)
u tuigt
hij/zij/het tuigt
wij tuigen
jullie tuigen
zij tuigen
Verleden tijd
ik tuigde
jij tuigde
u tuigde
hij/zij/het tuigde
wij tuigden
jullie tuigden
zij tuigden
Gebiedende wijs
Imperatief
tuig
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
tuigen
Gerundium
tuigen
Onvoltooid deelwoord
tuigend
Voltooid deelwoord
getuigd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.