Vervoeging van trouwen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

trouwen
to marry
weak
Tegenwoordige tijd (ik)trouw
Verleden tijd (ik)trouwde
Voltooid deelwoordgetrouwd
Volledige vervoeging van het werkwoord trouwen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik trouw
jij trouwt (inversie: trouw jij)
u trouwt
hij/zij/het trouwt
wij trouwen
jullie trouwen
zij trouwen

Verleden tijd

ik trouwde
jij trouwde
u trouwde
hij/zij/het trouwde
wij trouwden
jullie trouwden
zij trouwden

Gebiedende wijs

Imperatief

trouw

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

trouwen

Gerundium

trouwen

Onvoltooid deelwoord

trouwend

Voltooid deelwoord

getrouwd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.