Vervoeging van trillen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

trillen
to tremble, to twitch
weak
Tegenwoordige tijd (ik)tril
Verleden tijd (ik)trilde
Voltooid deelwoordgetrild
Volledige vervoeging van het werkwoord trillen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik tril
jij trilt (inversie: tril jij)
u trilt
hij/zij/het trilt
wij trillen
jullie trillen
zij trillen

Verleden tijd

ik trilde
jij trilde
u trilde
hij/zij/het trilde
wij trilden
jullie trilden
zij trilden

Gebiedende wijs

Imperatief

tril

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

trillen

Gerundium

trillen

Onvoltooid deelwoord

trillend

Voltooid deelwoord

getrild

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.