Vervoeging van treuzelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

treuzelen
to dither, tarry, be slow
weak
Tegenwoordige tijd (ik)treuzel
Verleden tijd (ik)treuzelde
Voltooid deelwoordgetreuzeld
Volledige vervoeging van het werkwoord treuzelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik treuzel
jij treuzelt (inversie: treuzel jij)
u treuzelt
hij/zij/het treuzelt
wij treuzelen
jullie treuzelen
zij treuzelen

Verleden tijd

ik treuzelde
jij treuzelde
u treuzelde
hij/zij/het treuzelde
wij treuzelden
jullie treuzelden
zij treuzelden

Gebiedende wijs

Imperatief

treuzel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

treuzelen

Gerundium

treuzelen

Onvoltooid deelwoord

treuzelend

Voltooid deelwoord

getreuzeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.