Vervoeging van transplanteren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

transplanteren
to transplant
weak
Tegenwoordige tijd (ik)transplanteer
Verleden tijd (ik)transplanteerde
Voltooid deelwoordgetransplanteerd
Volledige vervoeging van het werkwoord transplanteren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik transplanteer
jij transplanteert (inversie: transplanteer jij)
u transplanteert
hij/zij/het transplanteert
wij transplanteren
jullie transplanteren
zij transplanteren

Verleden tijd

ik transplanteerde
jij transplanteerde
u transplanteerde
hij/zij/het transplanteerde
wij transplanteerden
jullie transplanteerden
zij transplanteerden

Gebiedende wijs

Imperatief

transplanteer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

transplanteren

Gerundium

transplanteren

Onvoltooid deelwoord

transplanterend

Voltooid deelwoord

getransplanteerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.