to tear, to shed tears
Tegenwoordige tijd (ik)traan
Verleden tijd (ik)traande
Voltooid deelwoordgetraand
Volledige vervoeging van het werkwoord tranen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik traan
jij traant (inversie: traan jij)
u traant
hij/zij/het traant
wij tranen
jullie tranen
zij tranen
Verleden tijd
ik traande
jij traande
u traande
hij/zij/het traande
wij traanden
jullie traanden
zij traanden
Gebiedende wijs
Imperatief
traan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
tranen
Gerundium
tranen
Onvoltooid deelwoord
tranend
Voltooid deelwoord
getraand
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.