Vervoeging van trainen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

trainen
to train (teach, practice skills) an animal, especially for use at hunting
weak
Tegenwoordige tijd (ik)train
Verleden tijd (ik)trainde
Voltooid deelwoordgetraind
Volledige vervoeging van het werkwoord trainen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik train
jij traint (inversie: train jij)
u traint
hij/zij/het traint
wij trainen
jullie trainen
zij trainen

Verleden tijd

ik trainde
jij trainde
u trainde
hij/zij/het trainde
wij trainden
jullie trainden
zij trainden

Gebiedende wijs

Imperatief

train

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

trainen

Gerundium

trainen

Onvoltooid deelwoord

trainend

Voltooid deelwoord

getraind

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.