Vervoeging van tongelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

tongelen
to stick out or flick the tongue briefly
weak
Tegenwoordige tijd (ik)tongel
Verleden tijd (ik)tongelde
Voltooid deelwoordgetongeld
Volledige vervoeging van het werkwoord tongelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik tongel
jij tongelt (inversie: tongel jij)
u tongelt
hij/zij/het tongelt
wij tongelen
jullie tongelen
zij tongelen

Verleden tijd

ik tongelde
jij tongelde
u tongelde
hij/zij/het tongelde
wij tongelden
jullie tongelden
zij tongelden

Gebiedende wijs

Imperatief

tongel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

tongelen

Gerundium

tongelen

Onvoltooid deelwoord

tongelend

Voltooid deelwoord

getongeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.