to interpret (to translate orally)
Tegenwoordige tijd (ik)tolk
Verleden tijd (ik)tolkte
Voltooid deelwoordgetolkt
Volledige vervoeging van het werkwoord tolken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik tolk
jij tolkt (inversie: tolk jij)
u tolkt
hij/zij/het tolkt
wij tolken
jullie tolken
zij tolken
Verleden tijd
ik tolkte
jij tolkte
u tolkte
hij/zij/het tolkte
wij tolkten
jullie tolkten
zij tolkten
Gebiedende wijs
Imperatief
tolk
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
tolken
Gerundium
tolken
Onvoltooid deelwoord
tolkend
Voltooid deelwoord
getolkt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.