Vervoeging van toetsen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

toetsen
to put to the test, to examine, assess
weak
Tegenwoordige tijd (ik)toets
Verleden tijd (ik)toetste
Voltooid deelwoordgetoetst
Volledige vervoeging van het werkwoord toetsen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik toets
jij toetst (inversie: toets jij)
u toetst
hij/zij/het toetst
wij toetsen
jullie toetsen
zij toetsen

Verleden tijd

ik toetste
jij toetste
u toetste
hij/zij/het toetste
wij toetsten
jullie toetsten
zij toetsten

Gebiedende wijs

Imperatief

toets

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

toetsen

Gerundium

toetsen

Onvoltooid deelwoord

toetsend

Voltooid deelwoord

getoetst

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.