Vervoeging van toespelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

toespelen
to allude
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)speel toe
Verleden tijd (ik)speelde toe
Voltooid deelwoordtoegespeeld
Volledige vervoeging van het werkwoord toespelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik speel toe
jij speelt toe (inversie: speel toe jij)
u speelt toe
hij/zij/het speelt toe
wij spelen toe
jullie spelen toe
zij spelen toe

Verleden tijd

ik speelde toe
jij speelde toe
u speelde toe
hij/zij/het speelde toe
wij speelden toe
jullie speelden toe
zij speelden toe

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik toespeel
(dat) jij toespeelt
(dat) u toespeelt
(dat) hij/zij/het toespeelt
(dat) wij toespelen
(dat) jullie toespelen
(dat) zij toespelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik toespeelde
(dat) jij toespeelde
(dat) u toespeelde
(dat) hij/zij/het toespeelde
(dat) wij toespeelden
(dat) jullie toespeelden
(dat) zij toespeelden

Gebiedende wijs

Imperatief

speel toe

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

toespelen

Gerundium

toespelen

Onvoltooid deelwoord

toespelend

Voltooid deelwoord

toegespeeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.