Vervoeging van toelopen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

toelopen
to walk up to
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)loop toe
Verleden tijd (ik)liep toe
Voltooid deelwoordtoegelopen
Volledige vervoeging van het werkwoord toelopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik loop toe
jij loopt toe (inversie: loop toe jij)
u loopt toe
hij/zij/het loopt toe
wij lopen toe
jullie lopen toe
zij lopen toe

Verleden tijd

ik liep toe
jij liep toe
u liep toe
hij/zij/het liep toe
wij liepen toe
jullie liepen toe
zij liepen toe

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik toeloop
(dat) jij toeloopt
(dat) u toeloopt
(dat) hij/zij/het toeloopt
(dat) wij toelopen
(dat) jullie toelopen
(dat) zij toelopen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik toeliep
(dat) jij toeliep
(dat) u toeliep
(dat) hij/zij/het toeliep
(dat) wij toeliepen
(dat) jullie toeliepen
(dat) zij toeliepen

Gebiedende wijs

Imperatief

loop toe

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

toelopen

Gerundium

toelopen

Onvoltooid deelwoord

toelopend

Voltooid deelwoord

toegelopen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.