Vervoeging van toelaten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

toelaten
to allow, tolerate
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)laat toe
Verleden tijd (ik)liet toe
Voltooid deelwoordtoegelaten
Volledige vervoeging van het werkwoord toelaten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik laat toe
jij laat toe
u laat toe
hij/zij/het laat toe
wij laten toe
jullie laten toe
zij laten toe

Verleden tijd

ik liet toe
jij liet toe
u liet toe
hij/zij/het liet toe
wij lieten toe
jullie lieten toe
zij lieten toe

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik toelaat
(dat) jij toelaat
(dat) u toelaat
(dat) hij/zij/het toelaat
(dat) wij toelaten
(dat) jullie toelaten
(dat) zij toelaten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik toeliet
(dat) jij toeliet
(dat) u toeliet
(dat) hij/zij/het toeliet
(dat) wij toelieten
(dat) jullie toelieten
(dat) zij toelieten

Gebiedende wijs

Imperatief

laat toe

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

toelaten

Gerundium

toelaten

Onvoltooid deelwoord

toelatend

Voltooid deelwoord

toegelaten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.