Vervoeging van toejuichen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

toejuichen
to acclaim, applaud
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)juich toe
Verleden tijd (ik)juichte toe
Voltooid deelwoordtoegejuicht
Volledige vervoeging van het werkwoord toejuichen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik juich toe
jij juicht toe (inversie: juich toe jij)
u juicht toe
hij/zij/het juicht toe
wij juichen toe
jullie juichen toe
zij juichen toe

Verleden tijd

ik juichte toe
jij juichte toe
u juichte toe
hij/zij/het juichte toe
wij juichten toe
jullie juichten toe
zij juichten toe

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik toejuich
(dat) jij toejuicht
(dat) u toejuicht
(dat) hij/zij/het toejuicht
(dat) wij toejuichen
(dat) jullie toejuichen
(dat) zij toejuichen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik toejuichte
(dat) jij toejuichte
(dat) u toejuichte
(dat) hij/zij/het toejuichte
(dat) wij toejuichten
(dat) jullie toejuichten
(dat) zij toejuichten

Gebiedende wijs

Imperatief

juich toe

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

toejuichen

Gerundium

toejuichen

Onvoltooid deelwoord

toejuichend

Voltooid deelwoord

toegejuicht

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.