to ascribe, to attribute, to impute
Tegenwoordige tijd (ik)dicht toe
Verleden tijd (ik)dichtte toe
Voltooid deelwoordtoegedicht
Volledige vervoeging van het werkwoord toedichten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik dicht toe
jij dicht toe
u dicht toe
hij/zij/het dicht toe
wij dichten toe
jullie dichten toe
zij dichten toe
Verleden tijd
ik dichtte toe
jij dichtte toe
u dichtte toe
hij/zij/het dichtte toe
wij dichtten toe
jullie dichtten toe
zij dichtten toe
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik toedicht
(dat) jij toedicht
(dat) u toedicht
(dat) hij/zij/het toedicht
(dat) wij toedichten
(dat) jullie toedichten
(dat) zij toedichten
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik toedichtte
(dat) jij toedichtte
(dat) u toedichtte
(dat) hij/zij/het toedichtte
(dat) wij toedichtten
(dat) jullie toedichtten
(dat) zij toedichtten
Gebiedende wijs
Imperatief
dicht toe
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
toedichten
Gerundium
toedichten
Onvoltooid deelwoord
toedichtend
Voltooid deelwoord
toegedicht
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.