Vervoeging van toebedeelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

toebedeelen
obsolete spelling of toebedelen
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)bedeel toe
Verleden tijd (ik)bedeelde toe
Voltooid deelwoordtoebedeeld
Volledige vervoeging van het werkwoord toebedeelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bedeel toe
jij bedeelt toe (inversie: bedeel toe jij)
u bedeelt toe
hij/zij/het bedeelt toe
wij bedeelen toe
jullie bedeelen toe
zij bedeelen toe

Verleden tijd

ik bedeelde toe
jij bedeelde toe
u bedeelde toe
hij/zij/het bedeelde toe
wij bedeelden toe
jullie bedeelden toe
zij bedeelden toe

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik toebedeel
(dat) jij toebedeelt
(dat) u toebedeelt
(dat) hij/zij/het toebedeelt
(dat) wij toebedeelen
(dat) jullie toebedeelen
(dat) zij toebedeelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik toebedeelde
(dat) jij toebedeelde
(dat) u toebedeelde
(dat) hij/zij/het toebedeelde
(dat) wij toebedeelden
(dat) jullie toebedeelden
(dat) zij toebedeelden

Gebiedende wijs

Imperatief

bedeel toe

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

toebedeelen

Gerundium

toebedeelen

Onvoltooid deelwoord

toebedeelend

Voltooid deelwoord

toebedeeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.