Vervoeging van toe-eigenen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

toe-eigenen
to appropriate
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)eigen toe
Verleden tijd (ik)eigende toe
Voltooid deelwoordtoegeëigend
Volledige vervoeging van het werkwoord toe-eigenen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik eigen toe
jij eigent toe (inversie: eigen toe jij)
u eigent toe
hij/zij/het eigent toe
wij eigenen toe
jullie eigenen toe
zij eigenen toe

Verleden tijd

ik eigende toe
jij eigende toe
u eigende toe
hij/zij/het eigende toe
wij eigenden toe
jullie eigenden toe
zij eigenden toe

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik toe-eigen
(dat) jij toe-eigent
(dat) u toe-eigent
(dat) hij/zij/het toe-eigent
(dat) wij toe-eigenen
(dat) jullie toe-eigenen
(dat) zij toe-eigenen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik toe-eigende
(dat) jij toe-eigende
(dat) u toe-eigende
(dat) hij/zij/het toe-eigende
(dat) wij toe-eigenden
(dat) jullie toe-eigenden
(dat) zij toe-eigenden

Gebiedende wijs

Imperatief

eigen toe

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

toe-eigenen

Gerundium

toe-eigenen

Onvoltooid deelwoord

toe-eigenend

Voltooid deelwoord

toegeëigend

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.