Vervoeging van timmeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

timmeren
to perform carpentry, to build, to construct
weak
Tegenwoordige tijd (ik)timmer
Verleden tijd (ik)timmerde
Voltooid deelwoordgetimmerd
Volledige vervoeging van het werkwoord timmeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik timmer
jij timmert (inversie: timmer jij)
u timmert
hij/zij/het timmert
wij timmeren
jullie timmeren
zij timmeren

Verleden tijd

ik timmerde
jij timmerde
u timmerde
hij/zij/het timmerde
wij timmerden
jullie timmerden
zij timmerden

Gebiedende wijs

Imperatief

timmer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

timmeren

Gerundium

timmeren

Onvoltooid deelwoord

timmerend

Voltooid deelwoord

getimmerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.