Vervoeging van tijgen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

2 verschillende werkwoorden « tijgen »: tijgen — to accuse · tijgen — to go
tijgen
to accuse
strong
Tegenwoordige tijd (ik)tijg
Verleden tijd (ik)teeg
Voltooid deelwoordgetegen
Volledige vervoeging van het werkwoord tijgen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik tijg
jij tijgt (inversie: tijg jij)
u tijgt
hij/zij/het tijgt
wij tijgen
jullie tijgen
zij tijgen

Verleden tijd

ik teeg
jij teeg
u teeg
hij/zij/het teeg
wij tegen
jullie tegen
zij tegen

Gebiedende wijs

Imperatief

tijg

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

tijgen

Gerundium

tijgen

Onvoltooid deelwoord

tijgend

Voltooid deelwoord

getegen
tijgen
to go
strong
Tegenwoordige tijd (ik)tijg
Verleden tijd (ik)toog
Voltooid deelwoordgetogen

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik tijg
jij tijgt (inversie: tijg jij)
u tijgt
hij/zij/het tijgt
wij tijgen
jullie tijgen
zij tijgen

Verleden tijd

ik toog
jij toog
u toog
hij/zij/het toog
wij togen
jullie togen
zij togen

Gebiedende wijs

Imperatief

tijg

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

tijgen

Gerundium

tijgen

Onvoltooid deelwoord

tijgend

Voltooid deelwoord

getogen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.