to deliver (e.g. ordered food) to someone's home
Tegenwoordige tijd (ik)bezorg thuis
Verleden tijd (ik)bezorgde thuis
Voltooid deelwoordthuisbezorgd
Volledige vervoeging van het werkwoord thuisbezorgen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik bezorg thuis
jij bezorgt thuis (inversie: bezorg thuis jij)
u bezorgt thuis
hij/zij/het bezorgt thuis
wij bezorgen thuis
jullie bezorgen thuis
zij bezorgen thuis
Verleden tijd
ik bezorgde thuis
jij bezorgde thuis
u bezorgde thuis
hij/zij/het bezorgde thuis
wij bezorgden thuis
jullie bezorgden thuis
zij bezorgden thuis
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik thuisbezorg
(dat) jij thuisbezorgt
(dat) u thuisbezorgt
(dat) hij/zij/het thuisbezorgt
(dat) wij thuisbezorgen
(dat) jullie thuisbezorgen
(dat) zij thuisbezorgen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik thuisbezorgde
(dat) jij thuisbezorgde
(dat) u thuisbezorgde
(dat) hij/zij/het thuisbezorgde
(dat) wij thuisbezorgden
(dat) jullie thuisbezorgden
(dat) zij thuisbezorgden
Gebiedende wijs
Imperatief
bezorg thuis
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
thuisbezorgen
Gerundium
thuisbezorgen
Onvoltooid deelwoord
thuisbezorgend
Voltooid deelwoord
thuisbezorgd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.