Vervoeging van tewerkstellen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

tewerkstellen
to employ, to hire (to give work to someone)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)stel tewerk
Verleden tijd (ik)stelde tewerk
Voltooid deelwoordtewerkgesteld
Volledige vervoeging van het werkwoord tewerkstellen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stel tewerk
jij stelt tewerk (inversie: stel tewerk jij)
u stelt tewerk
hij/zij/het stelt tewerk
wij stellen tewerk
jullie stellen tewerk
zij stellen tewerk

Verleden tijd

ik stelde tewerk
jij stelde tewerk
u stelde tewerk
hij/zij/het stelde tewerk
wij stelden tewerk
jullie stelden tewerk
zij stelden tewerk

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik tewerkstel
(dat) jij tewerkstelt
(dat) u tewerkstelt
(dat) hij/zij/het tewerkstelt
(dat) wij tewerkstellen
(dat) jullie tewerkstellen
(dat) zij tewerkstellen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik tewerkstelde
(dat) jij tewerkstelde
(dat) u tewerkstelde
(dat) hij/zij/het tewerkstelde
(dat) wij tewerkstelden
(dat) jullie tewerkstelden
(dat) zij tewerkstelden

Gebiedende wijs

Imperatief

stel tewerk

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

tewerkstellen

Gerundium

tewerkstellen

Onvoltooid deelwoord

tewerkstellend

Voltooid deelwoord

tewerkgesteld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.