Vervoeging van teweegbrengen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

teweegbrengen
to bring about, cause to take place
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)breng teweeg
Verleden tijd (ik)bracht teweeg
Voltooid deelwoordteweeggebracht
Volledige vervoeging van het werkwoord teweegbrengen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik breng teweeg
jij brengt teweeg (inversie: breng teweeg jij)
u brengt teweeg
hij/zij/het brengt teweeg
wij brengen teweeg
jullie brengen teweeg
zij brengen teweeg

Verleden tijd

ik bracht teweeg
jij bracht teweeg
u bracht teweeg
hij/zij/het bracht teweeg
wij brachten teweeg
jullie brachten teweeg
zij brachten teweeg

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik teweegbreng
(dat) jij teweegbrengt
(dat) u teweegbrengt
(dat) hij/zij/het teweegbrengt
(dat) wij teweegbrengen
(dat) jullie teweegbrengen
(dat) zij teweegbrengen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik teweegbracht
(dat) jij teweegbracht
(dat) u teweegbracht
(dat) hij/zij/het teweegbracht
(dat) wij teweegbrachten
(dat) jullie teweegbrachten
(dat) zij teweegbrachten

Gebiedende wijs

Imperatief

breng teweeg

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

teweegbrengen

Gerundium

teweegbrengen

Onvoltooid deelwoord

teweegbrengend

Voltooid deelwoord

teweeggebracht

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.