to retreat (to move backwards or inward)
Tegenwoordige tijd (ik)wijk terug
Verleden tijd (ik)week terug
Voltooid deelwoordteruggeweken
Volledige vervoeging van het werkwoord terugwijken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik wijk terug
jij wijkt terug (inversie: wijk terug jij)
u wijkt terug
hij/zij/het wijkt terug
wij wijken terug
jullie wijken terug
zij wijken terug
Verleden tijd
ik week terug
jij week terug
u week terug
hij/zij/het week terug
wij weken terug
jullie weken terug
zij weken terug
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik terugwijk
(dat) jij terugwijkt
(dat) u terugwijkt
(dat) hij/zij/het terugwijkt
(dat) wij terugwijken
(dat) jullie terugwijken
(dat) zij terugwijken
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik terugweek
(dat) jij terugweek
(dat) u terugweek
(dat) hij/zij/het terugweek
(dat) wij terugweken
(dat) jullie terugweken
(dat) zij terugweken
Gebiedende wijs
Imperatief
wijk terug
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
terugwijken
Gerundium
terugwijken
Onvoltooid deelwoord
terugwijkend
Voltooid deelwoord
teruggeweken
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.