Vervoeging van terugvallen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

terugvallen
to lapse, decline
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)val terug
Verleden tijd (ik)viel terug
Voltooid deelwoordteruggevallen
Volledige vervoeging van het werkwoord terugvallen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik val terug
jij valt terug (inversie: val terug jij)
u valt terug
hij/zij/het valt terug
wij vallen terug
jullie vallen terug
zij vallen terug

Verleden tijd

ik viel terug
jij viel terug
u viel terug
hij/zij/het viel terug
wij vielen terug
jullie vielen terug
zij vielen terug

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik terugval
(dat) jij terugvalt
(dat) u terugvalt
(dat) hij/zij/het terugvalt
(dat) wij terugvallen
(dat) jullie terugvallen
(dat) zij terugvallen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik terugviel
(dat) jij terugviel
(dat) u terugviel
(dat) hij/zij/het terugviel
(dat) wij terugvielen
(dat) jullie terugvielen
(dat) zij terugvielen

Gebiedende wijs

Imperatief

val terug

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

terugvallen

Gerundium

terugvallen

Onvoltooid deelwoord

terugvallend

Voltooid deelwoord

teruggevallen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.