Vervoeging van teruglezen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

teruglezen
to re-read
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)lees terug
Verleden tijd (ik)las terug
Voltooid deelwoordteruggelezen
Volledige vervoeging van het werkwoord teruglezen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik lees terug
jij leest terug (inversie: lees terug jij)
u leest terug
hij/zij/het leest terug
wij lezen terug
jullie lezen terug
zij lezen terug

Verleden tijd

ik las terug
jij las terug
u las terug
hij/zij/het las terug
wij lazen terug
jullie lazen terug
zij lazen terug

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik teruglees
(dat) jij terugleest
(dat) u terugleest
(dat) hij/zij/het terugleest
(dat) wij teruglezen
(dat) jullie teruglezen
(dat) zij teruglezen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik teruglas
(dat) jij teruglas
(dat) u teruglas
(dat) hij/zij/het teruglas
(dat) wij teruglazen
(dat) jullie teruglazen
(dat) zij teruglazen

Gebiedende wijs

Imperatief

lees terug

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

teruglezen

Gerundium

teruglezen

Onvoltooid deelwoord

teruglezend

Voltooid deelwoord

teruggelezen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.