to throw back, to rebound
Tegenwoordige tijd (ik)kaats terug
Verleden tijd (ik)kaatste terug
Voltooid deelwoordteruggekaatst
Volledige vervoeging van het werkwoord terugkaatsen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik kaats terug
jij kaatst terug (inversie: kaats terug jij)
u kaatst terug
hij/zij/het kaatst terug
wij kaatsen terug
jullie kaatsen terug
zij kaatsen terug
Verleden tijd
ik kaatste terug
jij kaatste terug
u kaatste terug
hij/zij/het kaatste terug
wij kaatsten terug
jullie kaatsten terug
zij kaatsten terug
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik terugkaats
(dat) jij terugkaatst
(dat) u terugkaatst
(dat) hij/zij/het terugkaatst
(dat) wij terugkaatsen
(dat) jullie terugkaatsen
(dat) zij terugkaatsen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik terugkaatste
(dat) jij terugkaatste
(dat) u terugkaatste
(dat) hij/zij/het terugkaatste
(dat) wij terugkaatsten
(dat) jullie terugkaatsten
(dat) zij terugkaatsten
Gebiedende wijs
Imperatief
kaats terug
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
terugkaatsen
Gerundium
terugkaatsen
Onvoltooid deelwoord
terugkaatsend
Voltooid deelwoord
teruggekaatst
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.