Vervoeging van teruggeven

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

teruggeven
to return, give something back
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)geef terug
Verleden tijd (ik)gaf terug
Voltooid deelwoordteruggegeven
Volledige vervoeging van het werkwoord teruggeven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik geef terug
jij geeft terug (inversie: geef terug jij)
u geeft terug
hij/zij/het geeft terug
wij geven terug
jullie geven terug
zij geven terug

Verleden tijd

ik gaf terug
jij gaf terug
u gaf terug
hij/zij/het gaf terug
wij gaven terug
jullie gaven terug
zij gaven terug

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik teruggeef
(dat) jij teruggeeft
(dat) u teruggeeft
(dat) hij/zij/het teruggeeft
(dat) wij teruggeven
(dat) jullie teruggeven
(dat) zij teruggeven

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik teruggaf
(dat) jij teruggaf
(dat) u teruggaf
(dat) hij/zij/het teruggaf
(dat) wij teruggaven
(dat) jullie teruggaven
(dat) zij teruggaven

Gebiedende wijs

Imperatief

geef terug

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

teruggeven

Gerundium

teruggeven

Onvoltooid deelwoord

teruggevend

Voltooid deelwoord

teruggegeven

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.