Vervoeging van teruggaan

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

teruggaan
to return, go back
irregular separable strong
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)ga terug
Verleden tijd (ik)ging terug
Voltooid deelwoordteruggegaan
Volledige vervoeging van het werkwoord teruggaan: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ga terug
jij gaat terug (inversie: ga terug jij)
u gaat terug
hij/zij/het gaat terug
wij gaan terug
jullie gaan terug
zij gaan terug

Verleden tijd

ik ging terug
jij ging terug
u ging terug
hij/zij/het ging terug
wij gingen terug
jullie gingen terug
zij gingen terug

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik terugga
(dat) jij teruggaat
(dat) u teruggaat
(dat) hij/zij/het teruggaat
(dat) wij teruggaan
(dat) jullie teruggaan
(dat) zij teruggaan

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik terugging
(dat) jij terugging
(dat) u terugging
(dat) hij/zij/het terugging
(dat) wij teruggingen
(dat) jullie teruggingen
(dat) zij teruggingen

Gebiedende wijs

Imperatief

ga terug

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

teruggaan

Gerundium

teruggaan

Onvoltooid deelwoord

teruggaand

Voltooid deelwoord

teruggegaan

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.