Vervoeging van teleurstellen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

teleurstellen
to disappoint
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)stel teleur
Verleden tijd (ik)stelde teleur
Voltooid deelwoordteleurgesteld
Volledige vervoeging van het werkwoord teleurstellen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stel teleur
jij stelt teleur (inversie: stel teleur jij)
u stelt teleur
hij/zij/het stelt teleur
wij stellen teleur
jullie stellen teleur
zij stellen teleur

Verleden tijd

ik stelde teleur
jij stelde teleur
u stelde teleur
hij/zij/het stelde teleur
wij stelden teleur
jullie stelden teleur
zij stelden teleur

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik teleurstel
(dat) jij teleurstelt
(dat) u teleurstelt
(dat) hij/zij/het teleurstelt
(dat) wij teleurstellen
(dat) jullie teleurstellen
(dat) zij teleurstellen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik teleurstelde
(dat) jij teleurstelde
(dat) u teleurstelde
(dat) hij/zij/het teleurstelde
(dat) wij teleurstelden
(dat) jullie teleurstelden
(dat) zij teleurstelden

Gebiedende wijs

Imperatief

stel teleur

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

teleurstellen

Gerundium

teleurstellen

Onvoltooid deelwoord

teleurstellend

Voltooid deelwoord

teleurgesteld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.