to go wrong
Tegenwoordige tijd (ik)zit tegen
Verleden tijd (ik)zat tegen
Voltooid deelwoordtegengezeten
Volledige vervoeging van het werkwoord tegenzitten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zit tegen
jij zit tegen
u zit tegen
hij/zij/het zit tegen
wij zitten tegen
jullie zitten tegen
zij zitten tegen
Verleden tijd
ik zat tegen
jij zat tegen
u zat tegen
hij/zij/het zat tegen
wij zaten tegen
jullie zaten tegen
zij zaten tegen
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik tegenzit
(dat) jij tegenzit
(dat) u tegenzit
(dat) hij/zij/het tegenzit
(dat) wij tegenzitten
(dat) jullie tegenzitten
(dat) zij tegenzitten
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik tegenzat
(dat) jij tegenzat
(dat) u tegenzat
(dat) hij/zij/het tegenzat
(dat) wij tegenzaten
(dat) jullie tegenzaten
(dat) zij tegenzaten
Gebiedende wijs
Imperatief
zit tegen
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
tegenzitten
Gerundium
tegenzitten
Onvoltooid deelwoord
tegenzittend
Voltooid deelwoord
tegengezeten
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.