Vervoeging van tegenzitten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

tegenzitten
to go wrong
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zit tegen
Verleden tijd (ik)zat tegen
Voltooid deelwoordtegengezeten
Volledige vervoeging van het werkwoord tegenzitten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zit tegen
jij zit tegen
u zit tegen
hij/zij/het zit tegen
wij zitten tegen
jullie zitten tegen
zij zitten tegen

Verleden tijd

ik zat tegen
jij zat tegen
u zat tegen
hij/zij/het zat tegen
wij zaten tegen
jullie zaten tegen
zij zaten tegen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik tegenzit
(dat) jij tegenzit
(dat) u tegenzit
(dat) hij/zij/het tegenzit
(dat) wij tegenzitten
(dat) jullie tegenzitten
(dat) zij tegenzitten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik tegenzat
(dat) jij tegenzat
(dat) u tegenzat
(dat) hij/zij/het tegenzat
(dat) wij tegenzaten
(dat) jullie tegenzaten
(dat) zij tegenzaten

Gebiedende wijs

Imperatief

zit tegen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

tegenzitten

Gerundium

tegenzitten

Onvoltooid deelwoord

tegenzittend

Voltooid deelwoord

tegengezeten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.