Vervoeging van tegenvallen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

tegenvallen
to be worse than expected, to disappoint
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)val tegen
Verleden tijd (ik)viel tegen
Voltooid deelwoordtegengevallen
Volledige vervoeging van het werkwoord tegenvallen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik val tegen
jij valt tegen (inversie: val tegen jij)
u valt tegen
hij/zij/het valt tegen
wij vallen tegen
jullie vallen tegen
zij vallen tegen

Verleden tijd

ik viel tegen
jij viel tegen
u viel tegen
hij/zij/het viel tegen
wij vielen tegen
jullie vielen tegen
zij vielen tegen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik tegenval
(dat) jij tegenvalt
(dat) u tegenvalt
(dat) hij/zij/het tegenvalt
(dat) wij tegenvallen
(dat) jullie tegenvallen
(dat) zij tegenvallen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik tegenviel
(dat) jij tegenviel
(dat) u tegenviel
(dat) hij/zij/het tegenviel
(dat) wij tegenvielen
(dat) jullie tegenvielen
(dat) zij tegenvielen

Gebiedende wijs

Imperatief

val tegen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

tegenvallen

Gerundium

tegenvallen

Onvoltooid deelwoord

tegenvallend

Voltooid deelwoord

tegengevallen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.