Vervoeging van tegenspreken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

tegenspreken
to talk back, to sass
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)spreek tegen
Verleden tijd (ik)sprak tegen
Voltooid deelwoordtegengesproken
Volledige vervoeging van het werkwoord tegenspreken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik spreek tegen
jij spreekt tegen (inversie: spreek tegen jij)
u spreekt tegen
hij/zij/het spreekt tegen
wij spreken tegen
jullie spreken tegen
zij spreken tegen

Verleden tijd

ik sprak tegen
jij sprak tegen
u sprak tegen
hij/zij/het sprak tegen
wij spraken tegen
jullie spraken tegen
zij spraken tegen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik tegenspreek
(dat) jij tegenspreekt
(dat) u tegenspreekt
(dat) hij/zij/het tegenspreekt
(dat) wij tegenspreken
(dat) jullie tegenspreken
(dat) zij tegenspreken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik tegensprak
(dat) jij tegensprak
(dat) u tegensprak
(dat) hij/zij/het tegensprak
(dat) wij tegenspraken
(dat) jullie tegenspraken
(dat) zij tegenspraken

Gebiedende wijs

Imperatief

spreek tegen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

tegenspreken

Gerundium

tegenspreken

Onvoltooid deelwoord

tegensprekend

Voltooid deelwoord

tegengesproken

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.