Vervoeging van tegenlopen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

tegenlopen
to encounter, meet
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)loop tegen
Verleden tijd (ik)liep tegen
Voltooid deelwoordtegengelopen
Volledige vervoeging van het werkwoord tegenlopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik loop tegen
jij loopt tegen (inversie: loop tegen jij)
u loopt tegen
hij/zij/het loopt tegen
wij lopen tegen
jullie lopen tegen
zij lopen tegen

Verleden tijd

ik liep tegen
jij liep tegen
u liep tegen
hij/zij/het liep tegen
wij liepen tegen
jullie liepen tegen
zij liepen tegen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik tegenloop
(dat) jij tegenloopt
(dat) u tegenloopt
(dat) hij/zij/het tegenloopt
(dat) wij tegenlopen
(dat) jullie tegenlopen
(dat) zij tegenlopen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik tegenliep
(dat) jij tegenliep
(dat) u tegenliep
(dat) hij/zij/het tegenliep
(dat) wij tegenliepen
(dat) jullie tegenliepen
(dat) zij tegenliepen

Gebiedende wijs

Imperatief

loop tegen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

tegenlopen

Gerundium

tegenlopen

Onvoltooid deelwoord

tegenlopend

Voltooid deelwoord

tegengelopen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.