to counteract
Tegenwoordige tijd (ik)ga tegen
Verleden tijd (ik)ging tegen
Voltooid deelwoordtegengegaan
Volledige vervoeging van het werkwoord tegengaan: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik ga tegen
jij gaat tegen (inversie: ga tegen jij)
u gaat tegen
hij/zij/het gaat tegen
wij gaan tegen
jullie gaan tegen
zij gaan tegen
Verleden tijd
ik ging tegen
jij ging tegen
u ging tegen
hij/zij/het ging tegen
wij gingen tegen
jullie gingen tegen
zij gingen tegen
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik tegenga
(dat) jij tegengaat
(dat) u tegengaat
(dat) hij/zij/het tegengaat
(dat) wij tegengaan
(dat) jullie tegengaan
(dat) zij tegengaan
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik tegenging
(dat) jij tegenging
(dat) u tegenging
(dat) hij/zij/het tegenging
(dat) wij tegengingen
(dat) jullie tegengingen
(dat) zij tegengingen
Gebiedende wijs
Imperatief
ga tegen
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
tegengaan
Gerundium
tegengaan
Onvoltooid deelwoord
tegengaand
Voltooid deelwoord
tegengegaan
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.