Vervoeging van tüteren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

tüteren
to honk one's car horn celebratorily, especially after a football match
weak
Tegenwoordige tijd (ik)tüter
Verleden tijd (ik)tüterde
Voltooid deelwoordgetüterd
Volledige vervoeging van het werkwoord tüteren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik tüter
jij tütert (inversie: tüter jij)
u tütert
hij/zij/het tütert
wij tüteren
jullie tüteren
zij tüteren

Verleden tijd

ik tüterde
jij tüterde
u tüterde
hij/zij/het tüterde
wij tüterden
jullie tüterden
zij tüterden

Gebiedende wijs

Imperatief

tüter

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

tüteren

Gerundium

tüteren

Onvoltooid deelwoord

tüterend

Voltooid deelwoord

getüterd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.