Vervoeging van swingen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

swingen
to swing
weak
Tegenwoordige tijd (ik)swing
Verleden tijd (ik)swingde
Voltooid deelwoordgeswingd
Volledige vervoeging van het werkwoord swingen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik swing
jij swingt (inversie: swing jij)
u swingt
hij/zij/het swingt
wij swingen
jullie swingen
zij swingen

Verleden tijd

ik swingde
jij swingde
u swingde
hij/zij/het swingde
wij swingden
jullie swingden
zij swingden

Gebiedende wijs

Imperatief

swing

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

swingen

Gerundium

swingen

Onvoltooid deelwoord

swingend

Voltooid deelwoord

geswingd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.