Vervoeging van surfen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

surfen
to surf
weak
Tegenwoordige tijd (ik)surf
Verleden tijd (ik)surfte
Voltooid deelwoordgesurft
Volledige vervoeging van het werkwoord surfen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik surf
jij surft (inversie: surf jij)
u surft
hij/zij/het surft
wij surfen
jullie surfen
zij surfen

Verleden tijd

ik surfte
jij surfte
u surfte
hij/zij/het surfte
wij surften
jullie surften
zij surften

Gebiedende wijs

Imperatief

surf

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

surfen

Gerundium

surfen

Onvoltooid deelwoord

surfend

Voltooid deelwoord

gesurft

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.