to break down, go out of order, become broken
Tegenwoordige tijd (ik)ga stuk
Verleden tijd (ik)ging stuk
Voltooid deelwoordstukgegaan
Volledige vervoeging van het werkwoord stukgaan: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik ga stuk
jij gaat stuk (inversie: ga stuk jij)
u gaat stuk
hij/zij/het gaat stuk
wij gaan stuk
jullie gaan stuk
zij gaan stuk
Verleden tijd
ik ging stuk
jij ging stuk
u ging stuk
hij/zij/het ging stuk
wij gingen stuk
jullie gingen stuk
zij gingen stuk
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik stukga
(dat) jij stukgaat
(dat) u stukgaat
(dat) hij/zij/het stukgaat
(dat) wij stukgaan
(dat) jullie stukgaan
(dat) zij stukgaan
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik stukging
(dat) jij stukging
(dat) u stukging
(dat) hij/zij/het stukging
(dat) wij stukgingen
(dat) jullie stukgingen
(dat) zij stukgingen
Gebiedende wijs
Imperatief
ga stuk
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
stukgaan
Gerundium
stukgaan
Onvoltooid deelwoord
stukgaand
Voltooid deelwoord
stukgegaan
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.