to struggle
Tegenwoordige tijd (ik)struggel
Verleden tijd (ik)struggelde
Voltooid deelwoordgestruggeld
Volledige vervoeging van het werkwoord struggelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik struggel
jij struggelt (inversie: struggel jij)
u struggelt
hij/zij/het struggelt
wij struggelen
jullie struggelen
zij struggelen
Verleden tijd
ik struggelde
jij struggelde
u struggelde
hij/zij/het struggelde
wij struggelden
jullie struggelden
zij struggelden
Gebiedende wijs
Imperatief
struggel
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
struggelen
Gerundium
struggelen
Onvoltooid deelwoord
struggelend
Voltooid deelwoord
gestruggeld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.