Vervoeging van strompelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

strompelen
to stumble, to walk clumsily
weak
Tegenwoordige tijd (ik)strompel
Verleden tijd (ik)strompelde
Voltooid deelwoordgestrompeld
Volledige vervoeging van het werkwoord strompelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik strompel
jij strompelt (inversie: strompel jij)
u strompelt
hij/zij/het strompelt
wij strompelen
jullie strompelen
zij strompelen

Verleden tijd

ik strompelde
jij strompelde
u strompelde
hij/zij/het strompelde
wij strompelden
jullie strompelden
zij strompelden

Gebiedende wijs

Imperatief

strompel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

strompelen

Gerundium

strompelen

Onvoltooid deelwoord

strompelend

Voltooid deelwoord

gestrompeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.